![]() |
door Ruud Buurman
Dertig jaar geleden keken zeven miljoen mensen naar de oudejaars-conference. Wat is er overgebleven van de erfenis van Wim Kan?
Sinds de dood van Wim Kan in 1983 hebben velen zich ontfermd over de erfenis van de geestelijk vader van de terugblik op het voorbije jaar. Freek de Jonge en Youp van 't Hek traden in Kans voetsporen. De jonge Jan Jaap van der Wal schaarde zich daar twee jaar geleden voor het eerst bij en zal ook dit jaar dé oudejaarsconference verzorgen. De enige echte oudejaarsconference is dat ruime uur op de publieke omroep, ongeveer op het tijdstip waarop Wim Kan het zes keer voor de radio en vier keer voor de tv deed.
Natuurlijk, op SBS6 raast Guido Weijers sinds 2006 door het jaar. Dat is een oudejaarsconference. Net als die van Dolf Jansen, solo of als duo met Lebbis bij de Vara. Op BNN en op enkele commerciële en regionale zenders verdeelt een handvol - meest matige - grappenmakers het kleingeld uit Kans erfenis. Kan, briljant cabaretier en conferencier met een ongeëvenaarde timing, preekte voor de hele natie en die hing aan zijn lippen. Zijn oudejaarsconferences behoren, met die van Seth Gaaikema - die er in 1971 als eerste mee op de tv kwam - nog steeds tot de best bekeken programma’s in de geschiedenis van de Nederlandse tv. Kans opvolgers hebben het land later in vele kampen en kijkersgroepen verdeeld. Je bent liefhebber van de persoon, zijn stijl en humor of je hebt er een hekel aan. Daarom kijk je, of niet.
Daarmee is het wellicht belangrijkste en leukste erfstuk van Wim Kan met hem in het graf verdwenen: de saamhorigheid op de allerlaatste avond van het jaar. Want humor, mits slim ingezet, overbrugt verschillen in culturen, in politieke en religieuze overtuiging en in sociale status. Humor is een uitstekend smeermiddel tegen onbehagen, vooroordelen en vastgeroeste meningen en relativeert die zowel in Blaricumse villa’s als in flats van Osdorp.
Geen van Kans erfgenamen is nu nog in staat dat allesomvattende gevoel op te roepen dat hij teweegbracht. Dat kan ook niet meer. Het heeft niet te maken met hun kwaliteiten, maar het is het gevolg van het veranderde medialandschap en het enorme aantal tv-zenders dat ons kijkgedrag bepaalt en ongeconcentreerde zappers van ons heeft gemaakt. De oudejaarsconference is in elk geval geen instituut meer waarvoor je speciaal thuis blijft.
In het pas verschenen boek De koning is dood, leve de koning van Peter Voskuil, over veertig jaar oudejaarsconference op televisie, zegt Youp van ’t Hek dat de oudejaarsconference een zachte dood is gestorven. Hij weet dat ze geen grote impact meer hebben. “Een kleine twee miljoen mensen maak ik nog graag aan het lachen. Je speelt alleen niet meer voor het hele land. Jammer? Ja. Maar zo gaan de dingen nu eenmaal.”
Rederijkers, dichters die de welsprekendheid beoefenden, spraken al in de middeleeuwen op nieuwjaarsdag de beste wensen uit voor bestuurders van de stad en haar burgers. Commentaar op het voorbije jaar werd het pas met het duo Thomasvaer en Pieternel, dat in de zeventiende eeuw jaarlijks, na de opvoering van Joost van den Vondels Gijsbrecht van Aemstel in de Amsterdamse Schouwburg, een brave, gezagsgetrouwe nieuwjaarswens op rijm ten beste gaf in de klucht De bruiloft van Kloris en Roosje.
Wim Kan heeft die oeroude Nederlandse traditie gered van de vergetelheid. Maar als te veel mensen zich voor het behoud inzetten, wordt de traditie in de drukte platgestampt. Vinden de puristen.
Wat Kan in 1954 op de radio begon, was, in tegenstelling tot Thomasvaer en Pieternel, in het geheel niet gezagsgetrouw. Voor die tijd, vlak na de oorlog en later in de jaren zestig en zeventig, waren zijn politiek getinte conferences uitermate scherp. Kan had een hekel aan gezag. De oudejaarsconference is met Freek de Jonge (sinds 1982) en later Youp van ’t Hek van toon en inhoud veranderd. Freek, die zich uit de oudejaarsconferencecompetitie heeft teruggetrokken ‘vanwege de devaluatie van het begrip’, benoemde de gebeurtenissen van het voorbije jaar slechts terloops. Youp van ’t Hek, sinds 1989 in beeld, slaat de kijkers om de oren met hun verwende levensstijlen en onhebbelijkheden. En jaagt ons het nieuwe jaar in met de boodschap dat we moeten leven alsof het onze laatste dag is.
Met het debuut van Jan Jaap van der Wal in 2007, keerde de politiek terug op het oudejaarspodium. Met Onderbewust zette hij een voorstelling neer die zeer wisselende reacties opriep. Van der Wal mikt niet op drie schaterlachen per minuut, zijn verhalende stijl is niet bij uitstek geschikt voor oliebollenetende tv-kijkers, die af en toe ook nog naar de uitslag van de Staatsloterij en de megajackpot willen zappen. Met zijn Lekker hard lachen met oliebollen dat de komende oudejaarsavond is te zien, bewijst Van der Wal echter dat hij van zijn debuut in 2007 heeft geleerd en dat hij de wetten van de oudejaarsconference beter is gaan begrijpen. Zonder concessies te doen aan kijkers die alléén vrijblijvend willen lachen.
Youp van ’t Hek denkt elke oudejaarsavond nog altijd even aan Kan. “Omdat ik vermoed dat iedereen denkt: eigenlijk was Kan leuker. En misschien hebben ze daar wel gelijk in.” Toon Hermans zei, na het overlijden van Wim Kan: “Er komen andere grappenmakers. Er komt een generatie die het een vreemd sprookje zal vinden: ‘er was ooit een meneer Kan…’”
Oudejaarsconferences. Morgen. Guido Weijers op SBS 6
21.30 uur. Jan Jaap van der Wal: Lekker hard lachen met
oliebollen. Nederland 1, 22.05 uur.