![]() |
Boek Voskuil beschrijft de geschiedenis van de oudejaarsconference
door Monique Brandt (ten behoeve van de GPD-bladen: Het belang van Limburg, BN De Stem, Brabants Dagblad, Limburgs Dagblad/Dagblad De Limburger, Eindhovens Dagblad, Dagblad van het Noorden, Gazet van Antwerpen, De Gelderlander, Haarlems Dagblad/Leidsch Dagblad/De Gooi en Eemlander, Leeuwarder Courant, Nederlands Dagblad, Noordhollands Dagblad, Het Parool, Provinciale Zeeuwsche Courant, De Stentor, De Twentsche Courant Tubantia)
AMSTERDAM - ,,Wijn op en twee kalmeringspillen met één resultaat: helpt niet. (…) Neiging om mij dood te laten verklaren om van alles af te zijn’’, tekende een somberende Wim Kan op 20 december 1976 op. Amper twee weken voor oudjaar, leed de perfectionistische en immer onzekere Kan als vanouds onder de oudejaarsconferencestress.
Het bleek onnodig: de voorstelling was een doorslaand succes en tevens min of meer het Waterloo van de toenmalige CDA-minister van justitie Dries van Agt, die haarscherp op de korrel werd genomen. ,,Als ik ‘m af kan houden van dat premierschap, heb ik mijn taak volbracht’’, zou Kan nog over Van Agt hebben opgemerkt.
Na de tv-uitzending volgde inderdaad diens vrije val in de peilingen. De verkiezingen van 1977 werden gewonnen door Joop den Uyl, de PvdA-voorman die in diezelfde conference door Kan meesterlijk werd geïmiteerd.
Koning
Deze en andere aardige kijkjes in de keuken van de oudejaarsconference staan opgetekend in het boek De koning is dood, leve de koning!, waarin journalist Peter Voskuil tot in de smakelijkste details de geschiedenis van dit typisch Nederlandse verschijnsel onder de loep neemt. ‘De Italianen hebben opera, de Spanjaarden hun stierengevechten, wij onze oudejaarsconferences.’
Wim Kan, de koning van het oudjaar, was de grondlegger, maar ver voor zijn tijd was het in Nederland al gebruik om rondom het uur U bij elkaar te komen, tijdens de oudejaarspreken in de kerk en de jaarlijkse opvoeringen van de nieuwjaarsklucht De bruilof van Cloris en Roosje waarin al vanaf de Gouden Eeuw op het voorbije jaar teruggekeken werd. Tegenwoordig is de oudejaarsconference lang niet meer zo exclusief als in de hoogtijdagen van de grote oudejaarsconferenciers Wim Kan, Youp van ’t Hek en Freek de Jonge. Het was de tijd dat één man op één publieke zender bepaalde waar het volk rond de jaarwisseling naar keek. De impact was groot, getuige bijvoorbeeld Van ’t Heks befaamde ‘afrekening’ met het alcoholvrije Buckler-bier, dat door de cabaretier belachelijk werd gemaakt - ‘Buckler-lullen’ - en daarna kon opdoeken.
In het boek behandelt elk hoofdstuk één jaar oudejaarsconference, in totaal 40 voorstellingen van de laatste 40 jaar. Voskuil raadpleegde tal van archieven, en praatte met artiesten en betrokkenen, van Wout van Liempt, de manager van Wim Kan, Freek de Jonge, Youp van ’t Hek tot eigentijdse cabaretiers als Jan Jaap van der Wal en Guido Weijers.
Concertgebouw
Wim Kan was in 1954 voor het eerst met oudjaar op de radio te horen: een uur lang, voor duizend gulden. Dit overigens pas nadat het Vara-bestuur had gesproken of het allemaal wel kón en na een hoop gesteggel met Kan zelf, die vetorecht had opgeëist en gekregen: als er iets aan de conference veranderd werd, blies Kan de uitzending af. Die afspraak zou jarenlang staan, en bezorgde de Vara-top heel wat grijze haren: het is weleens voorgekomen dat Kan op de dag van oudjaar pas besliste of een vooraf opgenomen uitzending de ether in kon.
Conference nummer 3 in 1958 was in feite de eerste multimediale conference: aan het einde van de voorstelling stapte Kan als het ware van de radio over op tv. Technici lieten een tv-optreden direct aansluiten op de radiouitzending, zo naadloos dat het leek alsof het écht gebeurde. De verwarring in de Nederlandse huiskamers was groot. Zeker vanaf dat moment was de conference, met vele miljoenen luisteraars, niet meer weg te denken. De postzakken konden vanaf half december niet aangesleept worden in huize Kan. ‘Wilt u langzaam praten in verband met mijn oude moeder?’en ‘Mag ik uw tekst van te voren inzien, wij hebben een doofstom meisje in huis’, schreven luisteraars hem.
Overstap
De overstap naar de tv werd lang uitgesteld. ‘Radio kun je zelf verpesten, bij tv kan een ander dat voor je doen’, zo verwoordde Kan zijn vrees voor het nieuwe medium. Toen hij in 1969 een jaar oversloeg dook zijn voormalige tekstschrijver Seth Gaaikema op verzoek van de Avro in het gat: de eerste oudejaarsshow op televisie was een feit. Gaaikema wilde het Concertgebouw als locatie, waarop een vriend hem aanraadde Fred Oster zélf op dat idee te laten komen. Gaaikema in het boek: ,,Dus ik in overleg met Fred Oster: Ja, het moet een zaal zijn met een ehhh… klassiek gevoel, plaats voor 1500 mensen en er moet eigenlijk een heel groot orgel in. En Fred Oster vervolgens: Weet jij waar wij naartoe moeten? Naar het Concertgebouw!’’
De recensies waren lovend, maar tussen Gaaikema en Kan kwam het niet meer goed. ,,Naar mijn smaak… om te huilen. Brutaal, slechte imitatie van Toon en mij, voortdurend schaterend om zichzelf, geen niveau, slechte presentatie,’’ tekende Kan op in zijn dagboek. In 1973 volgde de superieure wraak met een opzienbarende eerste tv-show van de meester zelf. Het publiek in de zaal lag aan Kans voeten, evenals de 6,5 miljoen kijkers thuis. ,,Als jullie mij wat willen vragen, tik gerust even tegen de buis’’, merkte Kan tijdens de show op.
Botsing
Pas jaren later, in 1982, werd de Kan-hegemonie tijdens de jaarwisseling doorbroken op een ongekende manier. Komende man Freek de Jonge ging bij de Ikon met zijn show De Openbaring rechtstreeks de concurrentie aan met de dat jaar slecht in vorm zijnde monopolist: het werd een botsing in generaties en persoonlijkheden. ,,Zo’n man die door iedereen wordt gerespecteerd, die letterlijk overal krediet heeft, als die nou echt tegen kernwapens is, waarom zingt hij dan alleen maar een lullig liedje’’, zei De Jonge in 1980 in een interview over de ‘grand old man’ van het oudejaar.
Domineeszoon Freek de Jonge leidde een nieuwe tijd in in de geschiedenis van de oudejaarsconference. Eén enkele show om bij de oliebollenschaal en champagne te volgen, daarvan was voortaan geen sprake meer, het rijk van Koning Kan versnipperde. Het werd het ene jaar Seth en Freek, in 1989 hadden we Seth en Youp, soms was het Freek tegenover Youp of tegenover Lebbis en Jansen, in 2008 mocht Arie Koomen bij jongerenomroep BNN opdraven om het instituut oudejaarsconference een jongere draai te geven.
Zwembad
Opmerkelijk in het boek zijn de verhalen over de keiharde concurrentiestrijd achter de schermen, die al bestaat sinds het begin van de oudejaarsconference. Iedereen hield elkaar in de gaten, de een gunde de ander het licht in de ogen niet. Kan was boos op Seth Gaaikema, Freek onttroonde Kan, Van ’t Hek zou volgens De Jonge uit zijn werk jatten, en tegenwoordig liggen Jan Jaap van der Wal en SBS-conferencier Guido Weijers, beide komend oudjaar te zien, met elkaar in de clinch. Van ’t Hek en De Jonge hebben ook geen hoge pet op van de nieuwe generatie cabaretiers, die maatschappelijke relevantie zou missen. Volgens auteur Peter Voskuil hoort die animositeit bij het vak zoals het doek en het podium bij elkaar horen. ,,Het zijn allemaal grote ego’s en dat hoort ook zo. Ze moeten daar toch staan met de overtuiging dat zij de leukste, de beste zijn.’’
In het voorwoord van het boek stelt Youp van ’t Hek onomwonden dat de oudejaarsconference van ‘van toen’ niet meer bestaat: ,,Ik maak ze nog wel, met plezier trouwens, maar weet dat ze niet meer de impact hebben die ze ooit hadden. Het is voorbij. Je verdwijnt in de zee van cabaretprogramma’s die rond de feestdagen op de buis gekwakt worden.’ In 2002’al verkondigde Freek de Jonge dat hij ‘het zwembad te vol vond worden’.
Zwanenzang
Is het boek een zwanenzang? Een begrafenisboek? Niet als het aan Voskuil ligt. ,,Natuurlijk moet je Youp een beetje gelijk gegeven. Maar ik heb het boek óók gemaakt in de hoop dat de traditie gekoesterd zal blijven worden. Freek en Youp zijn negatief over de toekomst, maar het isn iet gezegd dat het ook zo ís.’’ De auteur behoort, net als Seth Gaaikema en Guido Weijers, tot de optimisten waar het gaat om de toekomst van het oudejaarsinstituut. Voskuil: ,,De oudejaarsconference zal beslist uit de mode raken. Maar ik ben er zelf van overtuigd dat er iemand zal opstaan die het publiek wél weer massaal weet te boeien. Ik kan het eigenlijk niet beter verwoorden dan Seth Gaaikema het deed. Met zijn woorden sluit ik het boek af: ,,Het is de tovenaar die opkomt en die iets zal doen waardoor iedereen zich weer zal verenigen.’’’
De koning is dood, leve de koning. De geschiedenis van de oudejaarsconference. Auteur: Peter Voskuil. Prijs: 24,99 euro. Uitgeverij Vierkant. In omroepmuseum Beeld en Geluid in Hilversum zal in december aandacht worden besteed aan de oudejaarsconference.